Post-trombotisch syndroom (PTS)

Heeft u klachten aan één of beide benen? Een zwaar gevoel, dat erger wordt tijdens langdurig staan of lopen? Misschien zijn spataders zichtbaar op de benen of onderbuik of zijn er verkleuringen zichtbaar op de huid van het been. Als u in het verleden een trombosebeen heeft gehad is de kans groot dat u lijdt aan het post-trombotisch syndroom (PTS).

Maar wat betekent post-trombotisch syndroom nou eigenlijk? 'Post' betekent 'na' en 'trombose' betekent 'bloedstolsel'. Een 'syndroom' is een verzameling van klachten, bijvoorbeeld zoals in de inleiding genoemd.


PTS is het gevolg van een trombosebeen

PTS is niet een ziekte die u zomaar van de ene op de andere dag oploopt. Het is een mogelijk gevolg van een eerder doorgemaakt trombosebeen. PTS kan tot wel in de helft van alle patiënten met een trombosebeen optreden. Het risico op PTS is beduidend groter als het bloedstolsel in de grote bekkenvaten zat.

Oorzaak van PTS

Ons lichaam is niet altijd goed in staat om een bloedstolsel in een ader helemaal op te ruimen. Er blijven dan resten achter. Hierdoor ontstaat een soort ontstekingsreactie. Simpel gezegd verandert het bloedstolsel in littekenweefsel. Hierdoor raakt de ader beschadigd en functioneert deze niet meer goed. In een normale ader zitten kleppen die ervoor zorgen dat het bloed niet terug kan stromen in het been. Door de littekenvorming gaan deze kleppen ook stuk, waardoor het bloed niet goed uit het been kan stromen. Hierdoor kan de druk in de aderen oplopen en gaat het bloed omwegen zoeken om toch uit het been te kunnen stromen: spataders zijn het gevolg. Dr. Rick de Graaf zegt er het volgende over:

'Vergelijk het maar eens met een 4-baans snelweg die dicht is. Al het verkeer moet dan over kleine weggetjes en door dorpen rijden. Dit gaat natuurlijk niet zo snel als over een brede, open snelweg.'

Klachten en symptomen

De volgende klachten en symptomen kunnen optreden bij PTS:

  • Omdat het bloed zo slecht uit het been komt, kunt u het gevoel krijgen dat het been gaat opzetten en voelt het zwaar aan.
  • Het been kan zelfs zichtbaar in omvang toenemen.
  • Er treden verkleuringen op aan de huid.
  • Spataders zijn zichtbaar op de benen.

Al deze klachten worden erger als u staat of loopt. Tijdens het lopen stroomt er meer bloed richting het been, waardoor de problemen verergeren.

Gevolgen van PTS

De meeste patiënten zullen minder gaan bewegen om de klachten enigszins in toom te houden. Als de klachten desondanks verergeren, zal een deel van de patiënten beperkt worden in het dagelijks leven of zelfs thuis moeten blijven van het werk. Dit alles heeft een gigantische impact op de levenskwaliteit.

Misverstanden omtrent de behandeling

Het is een hardnekkig en breed verspreid misverstand dat u niet behandeld kan worden voor het post-trombotisch syndroom. Lang werd gedacht dat de klachten alleen konden worden beperkt door steunkousen te gebruiken. Ook werd vaak levenslang antistollingspillen voorgeschreven met als doel om de situatie niet te verder te verslechteren. In de ergste gevallen werd wel eens een open chirurgische behandeling uitgevoerd, maar deze was erg zwaar voor de patiënt en de resultaten waren niet bijzonder goed. Sinds enkele jaren is er in de meeste gevallen gelukkig wel een goede en vooral minder belastende behandeling mogelijk.

Beeldvormend onderzoek

Om te bepalen of u in aanmerking komt voor behandeling, moet uiteraard eerst worden onderzocht of uw klachten kunnen worden verklaard door een vernauwing of afsluiting van de grote bekkenvaten. Hiervoor is in eerste instantie een gesprek nodig met een medisch specialist. Aanvullend moet beeldvorming worden verricht. Dit kan met echografie of een magneetscan: een MRI. Beide onderzoeken worden verricht van buiten het lichaam en zijn niet tot nauwelijks belastend. Ook zal worden uitgezocht of de voorgenomen behandeling wel veilig kan worden uitgevoerd. Behandeling kan bijvoorbeeld niet worden verricht bij zwangerschap of bepaalde allergieën. We noemen dit contra-indicaties.

Hoe gaat de behandeling in zijn werk?

De behandeling wordt uitgevoerd door een endovasculair specialist, bijvoorbeeld een interventie radioloog. Hiervoor moet u opgenomen worden in een kliniek, meestal één dag voor de behandeling. Afhankelijk van de ernst van de afwijkingen vindt de behandeling plaats onder plaatselijke verdoving of onder algehele narcose. Via het bovenbeen of de lies wordt toegang verkregen tot één van de grote bloedvaten en via deze toegang wordt contrastmiddel gebruikt om de bloedvaten goed af te kunnen beelden. Dit contrastmiddel wordt later op natuurlijke wijze uitgescheiden in de urine. Het afgesloten bloedvat wordt gepasseerd met een heel dun buisje. Dit kan heel vlot gaan, maar soms duurt het wel enkele uren. Juist in deze situatie is het voor u veel prettiger als u tijdelijk in slaap wordt gemaakt, waardoor u niets merkt.

Dotteren en plaatsen van de stent

Nadat de afsluiting is gepasseerd, wordt de ader verwijd door een kleine, maar zeer sterke ballon op te blazen. Dit noemen we dotteren. Hierna moet een stent worden geplaatst, een soort balpenveertje. Door de stent blijft de ader goed openstaan en kan het bloed er weer ongehinderd doorheen stromen. Hierna is de behandeling klaar. In principe kunt u de volgende dag weer naar huis en kunt u weer alles doen waar u zich fit genoeg voor voelt.

Mogelijke complicaties

Complicaties zijn zeldzaam. Bij het wondje in de lies of het bovenbeen kunt u een nabloeding of bloeduitstorting krijgen. Ondanks het dotteren, de stentplaatsing en het gebruik van bloedverdunners, is het mogelijk dat het littekenweefsel in bloedvaten zo ernstig is dat er een nieuwe vernauwing of trombose ontstaat. Eventueel zal een aanvullende behandeling (bijvoorbeeld opnieuw dotteren) noodzakelijk zijn.

Heeft u een vraag of wilt u meer weten? Dan kun u terecht op ons forum.