Trombosebeen

Waarschijnlijk heeft u wel eens gehoord van een trombosebeen. Sterker nog, de kans is groot dat u iemand kent die een trombosebeen heeft gehad. Trombose is de medisch term voor een bloedstolsel in de bloedvaten. Wanneer een stolsel groot genoeg is kan het de bloedstroom belemmeren of zelfs volledig blokkeren. Met alle gevolgen van dien. Wanneer een bloedstolsel de aderen in het been blokkeert, ontstaat een trombosebeen.

Het lichaam beschermt zichzelf tegen het verliezen van veel bloed. Het bloed gaat stollen om te voorkomen dat er bij een wond teveel bloed verloren gaat. Bij een trombosebeen maakt het lichaam een bloedstolsel aan terwijl dit niet nodig is. Vaak gebeurt dit in de aderen van de benen. Men spreekt in dit geval van een trombosebeen.


Hoe ontstaat een trombosebeen?

Het is nog niet helemaal duidelijk wat er precies gebeurd op het moment dat er een trombose ontstaat. Wel weten we dat er een aantal situaties zijn die het risico verhogen:

Bloedstroom is onderbroken
Als het bloed stilstaat of er ontstaat een werveling in het bloed, dan is er een hoge neiging om te gaan stollen. We zien dit vooral terug tijdens operaties of als mensen ziek in bed liggen voor een aantal dagen.

Beschadiging van het bloedvat
Als de binnenkant van het bloedvat beschadigd is zal het lichaam proberen dit te repareren. Op dat moment wordt een stolsel gevormd. De vorming van dit stolsel kan uit de hand lopen en een trombosebeen veroorzaken. Als iemand een ongeluk heeft gehad of er is geopereerd aan de knie of heup zien we vaker dat er een trombosebeen kan ontstaan.

Stoornis van de bloedstolling
De oorzaak van een trombosebeen kan ook in het bloed zelf zitten. De stofjes die ervoor zorgen dat het bloed stolt kunnen teveel aanwezig zijn. Er zijn een aantal afwijkingen bekend die veel in families voorkomen en de kans op een trombosebeen vergroten.

Wat zijn bekende risicofactoren?

Er zijn een aantal risicofactoren zijn bekend:

  • Overgewicht
  • Roken
  • Orale anticonceptie ('de pil')
  • Zwangerschap en kraambed

Hoe merk je dat je een trombosebeen hebt?

De klachten verschillen van persoon tot persoon. Meestal blijven deze klachten beperkt tot het onderbeen:

  • Pijnlijke kuit (sommigen spreken over een zweepslag in de kuit)
  • Opgezwollen been
  • Been voelt warm en is rood van kleur
  • Er zijn opgezette aderen zichtbaar

Let op! De klachten verschillen per persoon en sommige mensen kunnen relatief weinig last hebben van hun been.

Onderzoek en diagnose

Als de huisarts een verdenking heeft op een trombosebeen, dan zal hij een echo laten maken. Op de echo kun je een stolsel zien zitten, of je ziet dat de doorstroming van het bloed belemmerd is. Er wordt vaak in de lies en in de knieholte gekeken. Trombosebenen komen vaak voor in Nederland: ongeveer 25.000 mensen per jaar krijgen er mee te maken.


Behandeling van trombosebeen

Als de diagnose trombosebeen is gesteld dient u behandeld te worden. De behandeling van een trombosebeen bestaat uit drie methoden:

Bloedverdunners
Er wordt gelijk gestart met het toedienen van antistollingsmiddelen, in de volksmond beter bekend als bloedverdunners. Deze zorgen ervoor dat de stolling in het bloed vertraagd of verminderd. In het begin wordt het medicijn per spuit toegediend. Na een tijdje kunt u kiezen of u blijft spuiten of over gaat op tabletten. Bij het gebruik van spuitjes hoeft u niet langs de trombosedienst, bij tabletten wel. Is het de eerste keer dat u een trombosebeen heeft? Dan wordt er meestal voor 3 of 6 maanden behandeld met bloedverdunners. Is het de tweede keer dat u een trombosebeen heeft, dan kan er voor gekozen worden om levenslang aan de bloedverdunners te gaan.

Zwachtels en steunkousen
In het begin zit er vaak veel vocht in het been. Door strak te zwachtelen wordt het vocht uit het been gehaald. Als dit gelukt is wordt een steunkous aangemeten. Deze zal 2 jaar lang gedragen moeten worden. De steunkous is ter voorkoming van klachten aan het been op de lange termijn: post trombotisch syndroom.

Lopen (beweging)
Als het lukt om te lopen dan wordt dit zoveel mogelijk aanbevolen. Er is geen reden om stil in bed te liggen als u een trombosebeen heeft. Vroeger werd dit wel gedaan, maar het blijkt dat het stolsel dan juist aangroeit in plaats van afneemt. Lopen kan pijnlijk zijn in het begin. Tegen die pijn kunt u gerust paracetamol pakken. Als u teveel last krijgt van pijn in de kuit dan kan het helpen om te gaan zitten en het been hoog te leggen. Op die manier zorgt u ervoor dat de druk op de kuit verdwijnt en daarmee de pijn. Heeft u na 6 weken nog steeds last van pijn in het been bij het lopen, laat dit dan nakijken door uw arts..

Gevolgen van een trombosebeen


Van bloedstolsel tot spatader

Ons lichaam is niet altijd goed in staat om een bloedstolsel in een ader helemaal op te ruimen. Er blijven dan resten achter. Hierdoor ontstaat een soort ontstekingsreactie. Simpel gezegd verandert het bloedstolsel in littekenweefsel. Hierdoor raakt de ader beschadigd en functioneert deze niet meer goed. In een normale ader zitten kleppen die ervoor zorgen dat het bloed niet terug kan stromen in het been. Door de littekenvorming gaan deze kleppen ook stuk, waardoor het bloed niet goed uit het been kan stromen. Hierdoor kan de druk in de ader oplopen en gaat het bloed omwegen zoeken om toch uit het been te kunnen stromen: spataders zijn het gevolg.


Post-trombotisch syndroom
De klachten van een trombosebeen gaan bij de meeste mensen snel over. Bij een deel van de mensen komen de klachten terug of gaan ze nooit weg. Dan spreken we over het post-trombotisch syndroom (PTS). Het post-trombotisch syndroom is de verzamelnaam voor alle lange termijn complicaties die volgen op het doormaken van een trombosebeen. Ongeveer 20 tot 50% van alle mensen die een trombosebeen hebben gehad lijdt aan dit syndroom. Meestal treedt het op binnen een jaar na het doormaken van het trombosebeen.

Longembolie
Sommige mensen met een trombosebeen krijgen een longembolie. Dit komt omdat een stukje van het bloedstolsel losschiet en met het bloed mee omhoog stroomt naar het hart. Vervolgens loopt het stolsel vast in de kleine bloedvaatjes van de long. Hierdoor wordt een stuk van de long afgesloten van de bloedsomloop, waardoor er geen zuurstof meer opgenomen wordt. Afhankelijk van de grootte van het stolsel en het gebied van de long dat afgesloten is zal iemand kortademig worden, pijn bij het ademen krijgen of gaan hoesten. Een longembolie is belangrijk om te behandelen omdat het soms dodelijk kan aflopen.

Heeft u een vraag of wilt u meer weten? Dan kun u terecht op ons forum.